a a a

Over koppen, handen, neuzen en mijn jeukende handen

Goede relaties ontstaan niet zomaar. Daarvoor moet je wat doen. Daarom houden we twee à drie keer per jaar netwerklunches met onze partners: gemeenten, woningcorporaties en andere zorginstellingen. Samen zorgen we voor woonbegeleiding aan mensen die hulp nodig hebben om op hun eigen manier te wonen, de dag te besteden en sociale contacten te hebben. Het doel is voor ons allen duidelijk. De wil om dat doel te realiseren, is boven elke twijfel verheven. Het gaat om de manier waarop. Daarom hebben we op 12 april de koppen bij elkaar gestoken. Zo'n vijftig belangstellenden waren aanwezig. Ik ben blij met die hoge opkomst, maar ook met het enthousiasme en de betrokkenheid.

Tijdens de netwerklunch hebben we onder meer kennis uitgewisseld, standpunten verduidelijkt, banden aangehaald en elkaar geïnspireerd. Centraal stond hoe we de handen ineen kunnen slaan om de kwaliteit van de zorg op een hoog peil te houden. Op vele punten doen we dat al. Dat is goed. We moeten zo veel mogelijk samen optrekken en elkaar informeren. Vooral als belangrijke veranderingen voor de deur staan, zoals de komende bezuinigingen. Waar gaan gemeenten bezuinigen? Wat betekent dat voor woningcorporaties en zorginstellingen? En hoe kunnen we er samen voor zorgen dat die bezuinigingen niet ten koste gaan van de kwaliteit van zorg?

In de discussies kwamen duidelijke verschillen naar voren. Alleen al de terminologie geeft dat aan. Zo spreken gemeenten van 'burgers', zorginstellingen van 'patiënten' en hanteren wij het begrip 'cliënten'. De aanwezige gemeente vond dat zorginstellingen zich geen zorgen hoeven te maken over zorg. De bezuinigingen vallen wel mee, vindt zij. Het is bekend dat andere gemeenten andere visies hebben. Bij woningcorporaties wijzen de neuzen evenmin één kant op. De ene woningcorporatie wil terug naar de kerntaak: woningen voor lagere sociale klassen in bepaalde wijken. De andere corporatie onderschrijft die kerntaak, maar stelt daar een mix van woningen tegenover om zo het creëren van mogelijke probleemwijken te voorkomen.

De verschillen zijn niet onoverkomelijk. Alle partijen zijn het erover eens dat de zorgontvanger centraal moet staan. Daarvoor moeten we samen een goed concept ontwikkelen. Uitgangspunt is de eigen kracht van de zorgontvanger. Die moeten we zodanig stimuleren, dat de zorgontvanger weer een eigen netwerk kan opbouwen en zijn/haar onafhankelijkheid aanzienlijk kan vergroten. Ik voelde dat die eensgezindheid mij goed deed. M'n handen jeuken.

 Ria von Bönninghausen

SitemapColofonDisclaimer © RIBW Zaanstreek, Waterland en West-Friesland