Op zoek naar het verlangen achter de wens

“Het herstel van een cliënt en de eigen kracht zijn speerpunten van de RIBW”, aldus methodiekondersteuners Joyce, Leonie en Tineke. Sinds een paar jaar trainen ze medewerkers van de organisatie in anders denken, anders handelen, maar vooral in een andere benadering van de cliënt. “Cliënten krijgen meer en meer  de regie terug over hun eigen leven. Onze medewerkers moeten dit ondersteunen.”

“Herstellen.” Tineke glimlacht. “Dat moet een cliënt helemaal zelf doen. Onze medewerkers kunnen slechts ondersteuning bieden of iemand prikkelen om in beweging te komen. Jarenlang lag onze focus op wat medewerkers voor een cliënt konden betekenen. Op dit moment maken we een omslag in denken en handelen. We willen de cliënt meer betrekken bij zijn eigen herstelproces en verantwoordelijkheid teruggeven. Samen bekijken wat iemand nog wel kan. En waarin het netwerk ondersteuning kan bieden. Daarbij komt de begeleiding vanuit de RIBW.”

Joyce: “Tijdens onze trainingen proberen we medewerkers bewust te maken van hun aannames. Medewerkers zijn geregeld voorzichtig en bang dat ze met bepaalde vragen te veel losmaken bij een cliënt, waarna zij weer vertrekken en iemand alleen laten met zijn verdriet. In dit soort gevallen stellen wij voor de cliënt te vragen waar hij behoefte aan heeft. Vaak zegt iemand dan juist: ‘wat fijn dat ik mijn verhaal even met je mag delen’. Er is bij onze cliënten veel onverwerkte rouw. Die moet een plek krijgen voordat je echt aan herstel kunt werken.”

Snel de diepte in

De methodiekondersteuners zijn dus vooral gericht op de bewustwording van het eigen gedrag bij medewerkers. “We leren begeleiders cliënten onbevooroordeeld te bevragen en snel de diepte in te gaan”, aldus Joyce. “Bij medewerkers bestaat vaak het idee is dat je iemand eerst goed moet kennen voordat je mag doorvragen. Dat is niet altijd het geval. Je moet juist snel de diepte in durven. En als iets je raakt, mag je dat zeggen. Het is heel goed om je in een gesprek kwetsbaar op te stellen.”

Tineke: “Om medewerkers te helpen, geven we hun meerdere tools. Eén daarvan is de leeftijdswelbevinden-schaal. Samen met de cliënt brengen zij in kaart welk cijfer iemand in bepaalde periodes aan zijn leven geeft. Er zijn altijd pieken en dalen in een leven. Nu gaan we niet focussen op de dalen, maar op de weg eruit. Wat heb je zelf gedaan om van die twee een zeven te maken? Zo’n benadering zet mensen enorm in hun kracht.”

Positief gedrag bekrachtigen

Soms zijn medewerkers bij aanvang van de methodiektraining sceptisch. Joyce: “Toch zien we geregeld geweldige resultaten. Sommigen gaan na onze training op een heel andere manier in gesprek met een cliënt. Cliënten spreken soms wensen uit die op het eerste oog niet haalbaar lijken. Ons advies: ga op zoek naar het verlangen achter de wens. Een mooi voorbeeld hiervan is een medewerker die vertelde dat haar cliënt astronaut wilde worden. Hij had een documentaire gezien waarin Andre Kuipers kropjes sla verzorgde in de ruimte. Na doorvragen, ontdekte ze dat haar cliënt graag plantjes wilde verzorgen, alleen, in het donker. Nu werkt hij ’s nachts in een kas in het Westland.”

Herstelondersteuning vraagt dus om een andere manier van denken en doen. Ook het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) wordt op een andere manier ingezet. “Niet als nodeloze registratie, maar als een werkdocument, waaraan de cliënt een bijdrage levert. Ga maar samen achter de computer zitten en laat de cliënt vertellen, misschien zelfs typen. Dit geeft de cliënt meer zelfstandigheid. Er ontstaan andere gesprekken.”

Tineke: “Herstelondersteuning moet een manier van ‘zijn’ worden: open vragen stellen, uitgaan van mogelijkheden en krachten. Uitzoeken waar iemands potentie ligt. Positief gedrag vervolgens bekrachtigen. Niet betuttelen, niet bestraffen, niet oordelen.”

Dit bericht delen via:
      
Aanmelden Stel een vraag