Specialistische kennis blijft noodzakelijk

Positief. Doch met een paar kanttekeningen. Zo kijkt beleidsondersteuner Eline van den Bijllaardt naar de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). “De visie van de RIBW: herstelgericht werken, vanuit de wijk, sluit goed aan bij de nieuwe wetgeving. Deze tijd vraagt om samenwerkingsverbanden met buurtbewoners en andere organisaties. Cliënten op zoek naar dagactiviteiten  plaatsen we bijvoorbeeld zoveel mogelijk bij externe bedrijven. Dit  verkleint hun stap terug in de maatschappij en verkort hun weg naar herstel.”

Eigen Kracht

De Wmo brengt ook onrust, met name bij de inzet op eigen kracht. “Binnen de psychiatrie werken we al jarenlang met eigen kracht. Het begrip komt nu op als modewoord. Het gevaar is dat eigen kracht wordt opgelegd. Dat kan niet. Je kunt mensen slechts ondersteunen bij het vinden van hun kracht, van binnenuit. Hoe je dat doet? Door goed uit te vragen wat iemand deed op het moment dat het goed ging en wat iemand nu zou willen en kunnen.  De gemeente heeft wel de intentie om op deze manier te werken. Zij mist echter de kennis van de psychiatrie. In een keukentafelgesprek kan een cliënt zich heel stabiel voordoen. Om te beoordelen of het werkelijk goed gaat moet je de subtiele signalen kunnen herkennen, zoals een blik in de ogen. Mensen lopen niet graag met hun problemen te koop. De grote schreeuwers op straat, die worden wel gezien. De mensen die stil thuiszitten met de gordijnen dicht, die gaan last krijgen van de effecten van deze wet en het beleid van de gemeenten. Zij komen niet om hulp vragen.”

Kopje koffie

De RIBW richt zich, naast mensen met psychiatrische problemen, ook op degenen met een psychosociale problematiek. “Mensen die psychische klachten ontwikkelen doordat zij de vaste grond onder hun voeten kwijtraken, bijvoorbeeld bij het verlies van een baan en/of een dierbare. De RIBW biedt brede ondersteuning, gericht op alle levensgebieden, want je weet nooit waar een probleem precies is ontstaan. Hoe je een gesprek start? Meestal bij het befaamde kopje koffie, dat ons zo vaak verweten wordt. ‘Medewerkers van de RIBW, die drinken alleen maar koffie.’ Terwijl koffie, als gastvrij gebaar, juist zo’n mooie start is voor contact. Als je in de knoop zit, leg je niet in even in 10 minuten al je problemen op tafel. Er is rust en ruimte nodig om een opening te creëren naar een echt gesprek. Een kopje koffie kun je daarmee zien als een eerste stap naar herstel.”

Specialistische kennis

De positie van de RIBW binnen het speelveld van zorgorganisaties is en blijft een bijzondere. “We zijn van oudsher geen behandelinstelling, maar ook geen maatschappelijke opvang. Ook met de invoering van de Wmo blijven we een soort tussenvoorziening, met een belangrijke maatschappelijke functie. Zo vormt de RIBW een prima aanvulling op de Praktijk Ondersteunende Huisartsen (POH’s), die beperkte ruimte hebben om mensen met psychische klachten te begeleiden. Mensen hebben vaak meer nodig dan een paar gesprekken, zonder dat behandeling noodzakelijk is.

Ik zie de toekomst voor onze organisatie positief. Voor een deel van onze cliënten breekt echter een zware tijd aan. De gemeente wil niet werken met doelgroepen. Zij spreekt over burgers. Enerzijds is dat heel mooi, het voorkomt stigma. Anderzijds maakt dit het lastiger om iemand de juiste zorg te bieden. Van ons vraagt dit dat we onze specialistische kennis inzetten in een generalistische rol, bijvoorbeeld in een wijkteam. Wij zijn gewend outreachend te werken en kunnen de mensen bereiken die niet zelf aankloppen voor hulp. We hopen dat gemeenten inzien dat specialistische kennis nodig blijft. Een psychische aandoening is nu eenmaal iets anders dan een gebroken arm.”

Dit bericht delen via:
      
Aanmelden Stel een vraag